Tijdens onderzoek in 2024 naar de inhoud van een mini-urn uit de midden-bronstijd, geschonken door de familie Aarts aan het Cultuurhuis, kwamen bijzonder zaken aan het licht. Behalve verbrand botmateriaal onthulden de scans een mysterieus klompje met een hoge materiaaldichtheid. Goud, of een ander edemetaal?
Onderzoek
Liesbeth Theunissen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed coördineerde het onderzoek. Eerst werd het potje door een medische CT scanner van de faculteit Geoscience & Engineering bij de TU Delft gehaald. Doorgaans zitten er in zo’n bijpotje kruiden of drank als grafgift voor de overledene. Dit potje bevat crematieresten en is daarmee de kleinste bronstijd-urn uit Bergeijk. Fysisch antropoloog Birgit Berk bekeek de inhoud van deze mini-urn, die botresten bevatte van verschillende personen, waaronder dat van een kind. Daarna is de ouderdom van het botmateriaal via de C14-methode gedateerd bij het Centrum voor Isotopenonderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen. Het mysterieuze klompje edelmetaal bleek van brons met wat zilver, antimoon en een klein beetje lood en arseen. Deze elementen zijn volgens Liesbeth Theunissen niet aan de legering toegevoegd, maar zaten in het kopererts. Deze samenstelling past goed in de midden-/late bronstijd volgens Liesbeth. Zij vermoedt dat de bronsdruppel afkomstig is van een voorwerp dat met de dode op de brandstapel is beland, bijvoorbeeld een mantelspeld of armband (pols of bovenarm). De druppel is geen grafgift maar een klein overblijfsel van een persoonlijk eigendom van de dode dat met enkele botresten aan de urn toegevoegd.
Schenkingsverhaal
De herkomst van de urn gaat terug naar onderwijzer Fransiscus Aarts die het object rond 1900 van amateurarcheoloog Jan Panken kreeg geschonken. Panken had de urn gevonden ‘op de Bergerheide gelegen tegenover Hotel De Kempenaer (ook genoemd “In den Berg”) ten Noorden van de weg, die de Lijkdijk genoemd werd.’ De Bergerheide was destijds een uitgestrekt heidelandschap waarvan bekend was dat grafheuvels en urnenvelden lagen. De familie Aarts ontdekte de urn van hun overgrootvader pas in 2022. Het handgevormde aardewerken urntje was in een sigarenkistje bewaard gebleven, precies zoals het ooit was gevonden. Daarbij vond men een verklarende brief over de vondst, geschreven door J.W.C. Aarts, de zoon van Fransiscus.
In september 2024 is een artikel over de urn in het tijdschrift In Brabant verschenen. Liesbeth Theunissen werkt momenteel aan een publicatie over de verdere uitkomsten van het onderzoek naar de urn.
De urn en bronsdruppel zijn opgenomen in de expositie Meesters in Metaal die vanaf 24 april 2026 in het Cultuurhuis te zien is.

Liesbeth Theunissen onderzoekt de urn op het oog in het Cultuurhuis, nadat het door de familie Aarts was overgedragen.

Kees Gijsbers in de trein op weg naar Delft met de in het sigarenkistje verpakte urn.

Met belangstelling kijkt Edwin van Onna hoe de urn door de scanner gaat.


Het donkerblauwe ovale element is de bronsdruppel. De andere gekleurde vormen zijn botfragmenten.



Liesbeth Theunissen achter de laptop. Links en onder fysisch antropoloog Birgit Berk.
