Cultuurhuis Bergeijk opent met werk van Jean Franken.

Jean Franken (1906 – 1989) was van beroep kleermaker te Bergeijk.

Hij gaf in 1968 zijn kledingzaak over aan zijn zoon Kees.
Daarna stortte hij zich volledig op het beeldhouwen van Kempische taferelen, oude ambachten en religieuze voorstellingen.
Hij liet zich inspireren door de natuur, stillevens en bekende werken in zijn verzameling kunstboeken.
In totaal heeft hij ruim 300 beelden, voornamelijk in eikenhout, nagelaten.

In de Eyckelbergh van 28 oktober 1981 (8e jaargang no. 375) staat een artikel met als titel ‘Expositie van houtsnijwerk van Jean Franken uit Bergeijk’. Bijna letterlijk kan hier de inhoud van dat verhaal overgenomen worden. Immers, toen leefde Jean Franken nog. Dan zal het allemaal wel waar geweest zijn wat er in vermeld stond. Het leest als volgt:

“In zijn kleine werkplaats valt direct op dat er weinig gereedschap aanwezig is: een beeldhouwhamer (fleshamer) en enkele scherpe beitels en gutsen; een zelfgemaakte werkbank en Jean zelf natuurlijk. Zie de vele resultaten van de afgelopen tien jaren”. Dat zijn uiteindelijk zo’n twintig jaren van beeldhouwen geworden. Jean Franken stierf in 1989. Wat heeft die man hard gewerkt: ruim 300 beelden heeft hij nagelaten; daarnaast nog schilderijen, tekeningen, enz…..

Het verhaal over Jean gaat verder:
“Deze ex-kleermaker van Bergeijk heeft velen versteld doen staan van het gave werk dat uit zijn handen vandaan is gekomen. Als kleermakerszoon ging hij reeds op jonge leeftijd naar de kostschool in Reusel, waar hij gestimuleerd om te gaan tekenen. Deze fijne bezigheid werd jaren beoefend (naast toneelspelen en jeugdwerk in Bergeijk) tot hij in 1936 de zaak van zijn vader op ’t Hof overnam. De harde werkelijkheid verdrong zijn liefste hobby, terwijl in hetzelfde jaar zijn liefde voor Josephien Kuyken (Fien) bezegeld werd door een huwelijk. Heren- en dameskleding, priesterkleding en uniformen begonnen steeds meer deel uit te maken van zijn leven, terwijl de zeven kindertjes Franken ook toekomst wilde hebben.

Er is een duidelijke verbinding te leggen tussen zijn houtsnijwerk en het kleermakersvak. Houding en kleding (plooival) van zijn beelden zijn ‘met het heilige oog‘ vorm gegeven.

In 1968 gaf hij zijn kledingzaak over en was overgeleverd aan zichzelf en Fien. De teken- en schilderkunst-beoefening lag ver weg. De verftechniek en de kleurstelling was niet meer perfect. Wat nu? Bij de afbraak van het Pankenhuis, waarvan de deuren en kozijnen in het Teutenhuis van Bokrijk zitten, nam hij een stuk hout mee, waarvan hij een madonna en kind maakte. Zomaar om te proberen. Boerenfiguren, afbeeldingen uit de kerkelijke kunst, halfreliëfs, vrouwen met kapmantels, cupido’s, klokkenspelfiguren en duiveltjes volgden elkaar in de loop der jaren op. Gebruikmakend van hout, dat hij overal vandaan sleepte: eikenhout, palmhout, hout van vruchtbomen, kastanje- en notenhout.

Opvallend zijn de karakteristieke vormen van de gezichten, die in zuiverheid niet ‘bedorven’ zijn door een leerschool en de uiteraard goed vallende kleding, die weer de anatomische kennis van de kleermaker aanduidt.
Tot zover het artikel in de eyckelbergh van 1981.

Zijn twee nog levende kinderen Hans en Rien Franken hebben naast een groot aantal beelden ook tekeningen, schilderijen en andere wetenswaardigheden in bruikleen gegeven om er een mooie tentoonstelling van te maken.

De motivatie om te schilderen en beeldhouwen was voor Jean: ‘kijken en doen’; hij werd geïnspireerd door de natuur, stillevens, typisch Bergeijkse taferelen (zoals het Harmonieke van Bergeijk in het gemeentehuis), klederdracht uit zijn jeugd, oude ambachten, de kempische mens, gebruiken en ambachtelijke werkzaamheden. Maar hij had ook een paar meter kunstboeken, waar hij zijn onderwerpen uit putte, zoals De Boerenbruiloft rond 1567 geschilderd door Pieter Bruegel de Oude. Een uitdaging ging hij in ieder geval niet uit de weg. Daarnaast gaf Jean zeker 10 jaar les aan de beeldhouwgroepen in het voormalige ‘Buurthuis ’t Hof’, waar nu theater de Kattendans staat.

In 1999 heeft Fien, zijn vrouw,  ongeveer 40 beelden geschonken aan het Kempenmuseum De Acht Zaligheden in Eersel, waarvan we ook een aantal beelden in bruikleen hebben. Zo ook de Teut en Teutin. Deze wisseltentoonstelling is in vriendschappelijke samenwerking met het Kempenmuseum in Eersel gerealiseerd.